De maatschappelijke consequenties van de coronapandemie

De COVID 19-coronapandemie heeft niet alleen gevolgen voor de volksgezondheid, maar laat ook maatschappelijk ernstige sporen na. De bestaande kloof tussen hoger en lager opgeleiden neemt daardoor toe. Dat is de conclusie van onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Icoon 1

Wie
Universiteit van Amsterdam en Erasmus Universiteit Rotterdam

Icoon 2

Wat
De gevolgen van de pandemie voor de gezondheid, werkgelegenheid, armoede, sociale contacten en onderwijs 

Icoon 5

Wanneer
Augustus 2020 – heden

Icoon 6

Investering
€117.000

Bevindingen in het kort

  • De ongelijkheid in de samenleving is toegenomen
  • Vooral sociaal zwakkeren zijn het slachtoffer
  • Online-onderwijs moet worden gestandaardiseerd
  • Er is nog steeds breed vertrouwen in de instituties die bij de crisisbestrijding betrokken zijn

Vanaf het begin van de coronapandemie ging de aandacht vooral uit naar de medische gevolgen van het virus. Al snel werd duidelijk dat COVID-19 ook ernstige maatschappelijke consequenties kan hebben. ZonMw vroeg onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) om deze problematiek grondig in kaart te brengen. Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie aan de UvA en de projectleider van dit onderzoek, legt uit dat de bevindingen vaak behoorlijk schrijnend zijn. “Sinds de komst van het virus is de ongelijkheid in onze samenleving toegenomen, waarbij vooral sociaal zwakkeren het slachtoffer zijn. Het is belangrijk dat de politiek daar meer rekening mee gaat houden.”

Thuisonderwijs leidt tot kansenongelijkheid

Zo kreeg het onderwijs in het voorjaar van 2020 te maken met een lockdown van acht weken. Het gevolg was dat leerlingen afhankelijk werden van thuisonderwijs. De onderzoekers, die ouders en leerkrachten enquêteerden en zich verdiepten in de wetenschappelijke literatuur, keken vooral naar de effecten daarvan voor kinderen op de basisschool. Van de Werfhorst: “Het blijkt dat kinderen uit lagere sociale milieus thuis lang niet altijd over een pc, tablet of laptop beschikken. Bovendien hebben ze minder digitale vaardigheden en minder ondersteuning van hun ouders. Ook al deel je computers uit aan die gezinnen, zoals veel gebeurde, dan nog neemt bij thuisonderwijs de kansenongelijkheid toe.”

Geen eindtoets

Daarnaast wilden de onderzoekers weten of de scholen zelf verschillen in de mate waarin ze zijn voorbereid op digitaal onderwijs, zowel wat de infrastructuur als de kennis van de leerkrachten betreft. Wat ze vonden, en dat was volgens Van de Werfhorst enigszins geruststellend, is dat het sociale milieu van de leerlingen niet voorspellend is voor de digitale kwaliteit van de school waar ze op zitten. “Maar er zijn wel grote verschillen. Het is dus belangrijk dat het online-onderwijs wordt gestandaardiseerd.”

Aan het woord

Portret Herman Van De Werfhorst

‘Sinds de komst van het virus is de ongelijkheid in onze samenleving toegenomen. Daarbij zijn vooral sociaal zwakkeren het slachtoffer’

Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie aan de UvA

Een ander aandachtspunt was het wegvallen van de Eindtoets Basisonderwijs door de schoolsluitingen. Voor de overgang naar de middelbare school kan deze toets het definitieve advies van de leerkracht beïnvloeden. “Het bijstellen kan alleen maar omhoog en dat is dus niet meer mogelijk’, zegt Van de Werfhorst. ‘We zien dat door dit gemis vooral kinderen met een migratieachtergrond of uit lagere sociale milieus naar een lager niveau doorstroomden.”

Zorgmijding

Ook op de arbeidsmarkt zorgt COVID-19 voor toenemende ongelijkheid, blijkt uit een enquête onder de bevolking van Rotterdam en Den Haag. Vooral mensen met tijdelijke banen en zzp’ers hebben een onzeker gevoel en zijn bang voor inkomstenderving. Die onzekerheid nam gedurende de eerste lockdown wel enigszins af dankzij de financiële ondersteuning vanuit de overheid.

De onderzoekers merkten tevens dat vooral mensen met lagere inkomens en een lagere opleiding negatieve en sombere gevoelens krijgen tijdens deze pandemie. Van de Werfhorst: “Deze kwetsbare groepen mijden vaker de reguliere zorg uit angst voor besmetting. Daardoor verliezen ze aan gezonde levensjaren. En dat terwijl ze gemiddeld al vier jaar eerder sterven en dertien jaar in minder goede gezondheid leven dan hoger opgeleiden. Er wordt vaak gezegd dat COVID ons allemaal even hard raakt. Dat is absoluut niet zo. Daarom moeten zorgverleners en beleidsmakers erop aansturen dat de kwetsbare groepen juist wel om de zorg vragen die ze hard nodig hebben.”

‘Kwetsbare groepen mijden vaker de reguliere zorg uit angst voor besmetting. Daardoor verliezen ze aan gezonde levensjaren’

Vertrouwen neemt iets af

In tegenstelling tot inwoners van veel andere westerse landen, blijkt de Nederlandse bevolking tijdens de coronapandemie veel vertrouwen te hebben in de instituties die bij deze crisis zijn betrokken. Tot aan de zomer was het algemene gevoel dat de politiek, de zorg, het RIVM en de GGD’en hun uiterste best deden.

Van de Werfhorst kijkt niet op van deze positieve grondhouding omdat het vertrouwen in instituties in Nederland traditioneel hoog is. “Maar in het najaar zagen we dat vertrouwen wel afnemen. Er is de laatste maanden meer publieke discussie, meer verdeeldheid en meer kritiek op het beleid. Een mooi voorbeeld zijn de mondkapjes. Hoewel wetenschappelijke publicaties en observationele studies al de waarde van dat hulpmiddel hadden aangetoond, werd de toepassing ervan in ons land steeds uitgesteld. Inmiddels zijn ze verplicht dankzij die maatschappelijke discussie. Dat had dus eerder gekund. Maar ja, het is natuurlijk makkelijk het beleid te bekritiseren. Ga er maar eens aanstaan wanneer je ineens wordt overvallen door zo’n onbekend en venijnig virus.”

Meer over Effect op de maatschappij

Deel deze pagina

Meer lezen